WELKOM bij EQUIPAGE De DELFT!


Equipage De Delft is een vereniging die zich ten doel stelt om op authentieke wijze alle aspecten weer te geven van het leven van de bemanning van ’s-Lands Schip van Oorlog “DELFT” ten tijde van de Zeeslag bij Kamperduin (11 okt. 1797). Lees meer...

MONSTER AAN!

BIJ 's~LANDS SCHIP

VAN OORLOG de 'DELFT!

Of volg ons via:

‘s-Lands Schip van Oorlog ‘Delft’

Delft

Op 27 mei 1782 is door het Admiraliteitscollege van de Maze de opdracht verstrekt aan de werf De Hoog & de Wit te Delfshaven om een linieschip van 50 stukken te bouwen met de naam DELFT. Het is 16 mei 1783 als ‘s-Lands Schip van Oorlog Delft in Delfshaven te water wordt gelaten. In de veertien jaren van haar bestaan, zal dit linieschip vele malen worden ingezet om grote konvooien particuliere handelsschepen en de koopvaardijschepen van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) en de West-Indische Compagnie (WIC) in de Europese wateren te escorteren en te beschermen.

 

Eerste missie
Op 24 december 1787 vertrekt de Delft voor haar eerste kruistocht van negentien maanden naar de Middellandse Zee. Het eskader, waarvan de Delft vlaggenschip is, bestaat uit een zevental schepen. Naast het beschermen van Nederlandse handelsschepen, is het belangrijkste doel van deze reis het versterken van de vriendschapsbanden met de Marokkaanse keizer om onder andere een vermindering te bereiken van de kapingen door de Barbarijse kapers van VOC-schepen voor de kust van West-Afrika. Kapitein Haringman wordt hiervoor speciaal tot ambassadeur benoemd door de Staten-Generaal. In 1789 keert het schip terug naar haar thuishaven Hellevoetsluis en wordt leeggehaald, volledig gecontroleerd en opgelegd.

Tweede missie
Op 31 mei 1793 wordt Theodorus Frederik van Capellen tot de nieuwe commandant van de Delft benoemd. Het schip wordt opnieuw van een koperen romp voorzien en in orde gebracht voor een nieuwe opdracht. Onder zijn commando wordt het schip ingezet bij het bevrijden van 75 Hollandse slaven (zeelieden) uit Algerije. Na 16 maanden afwezigheid keert De Delft terug naar de rede van Vlissingen in september 1794 en moet daar blijven vanwege strenge vorst. De Fransen veroveren ondertussen Holland, en in 1795, ontslaat het nieuwe, Fransgezinde, Bataafse bewind alle prinsgezinde marine-officieren. Op gezag van de Fransen wordt de Delft geheel onttakeld, waarbij onder meer de kanonnen worden afgezet. De angst bestaat dat de wapens wel eens tegen de overheersers kunnen worden gebruikt.

De 'Delft' voor Scheveningen op 11 oktober 1797 om 07.00 uur, jagend op een onbekende brik, met een schot voor de boeg, waarop de brik de Deense vlag toonde.

De ‘Delft’ voor Scheveningen op 11 oktober 1797 om 07.00 uur, jagend op een onbekende brik, met een schot voor de boeg, waarop de brik de Deense vlag toonde.

Derde missie – slag bij Kamperduin
Een paar dagen later wordt het schip echter weer helemaal opgetuigd, want het is misschien toch wel handig om het in te kunnen zetten … En zo maakt de Delft kennis met haar derde commandant, kapitein-ter-zee Gerrit Verdooren van Asperen. Onder Britse dreiging zeilt de Delft van Vlissingen naar Hellevoetsluis en later door naar het Nieuwediep bij Den Helder.

Twee jaar later wordt de Delft ingezet bij de Zeeslag bij Kamperduin. Met 375 koppen aan boord en voorzien van 60 stukken kiest de Delft het ruime sop.
Tijdens deze slag tegen de Engelse Navy, geraakt de Delft zwaar beschadigd. Het wordt door de vijand op sleeptouw genomen als oorlogsbuit maar maakt door de zware beschadigingen al snel water. Op zondag 15 oktober 1797 omstreeks 02.30 uur in de nacht, zinkt de Delft in ruwe zee, een aantal mijlen uit de kust van Scheveningen. Ruim 135 bemanningsleden vinden daarbij de dood. Uit respect voor hun dappere geboden weerstand wordt het tijdens de slag buitgemaakte linieschip Hercules omgedoopt in de naam “de Delft”.

Van wrak naar reconstructie-project
In 1977 vond een visser voor de kust van Scheveningen een kanonskogel in een van zijn netten. Dit was voor de ‘Noordzee Duikvereniging Sirene’ aanleiding om de betreffende locatie aan een nadere inspectie te onderwerpen, met als resultaat dat hier in 1981 een groot anker van een schip werd geborgen. Het was echter onbekend, ook bij de officiële instanties, tot welk schip het behoorde.

Een zekere heer J.F. Fischer werd gegrepen door de geschiedenis van deze vondst. De aanleiding voor zijn onderzoek naar de Delft, dat startte begin jaren tachtig, was het anker, dat na restauratie enige tijd voor de ingang van het kantoor van de havenmeester in Scheveningen was opgesteld. Fischer nam zich voor dat het anker afkomstig moest zijn van ’s-Lands linieschip van Oorlog Delft. Deze driemaster werd tijdens de Slag bij Camperduin in 1797, acht kilometer voor de kust bij Schoorl, door een Britse oorlogsvloot volledig wrak geschoten. Na een sleeptocht van vier dagen zonk zij, 22 mijl uit de kust van Scheveningen uiteindelijk naar de bodem van de Noordzee.

Het onderzoek naar de geschiedenis van dit schip, dat overigens niet op de wrakkenlijst stond vermeld, zou ruim 15 jaar duren. De resultaten kregen hun beslag in een lijvig boek met als titel: De Delft; De dagjournalen met de waarheid over de zeeslag bij Camperduin. Met behulp van de gegevens uit het boek werd in 2001 een aanvang gemaakt met de reconstructie van de Delft op een werf in Rotterdam-Delfshaven. Fischer was een van de instigatoren en nauw betrokken bij de werkzaamheden rond dit project. Het boek van dhr. Fischer is: ISBN-9789051941661