Uniformen: van geschiedenis tot reconstructie > Soorten uniformen > Het vuursteenslotmusket
Het vuursteenslotmusket: Charleville model 1766

De Bataafse Marinier was uitgerust met een geweer, ook wel (vuursteenslot)musket genoemd.
Een musket bestaat uit een kolf, een loop, beugels en uiteraard het vuursteenslot. Vooral het laatste mag zeker niet ontbreken en dient dus ten alle tijden aanwezig te zijn. Zonder dit steentje zou men namelijk geen schot kunnen lossen!
Hoe werkt het?

Een musket werkt als volgt: de vuursteen zit bevestigd in de haan. Bij het overhalen van de trekker slaat de haan naar voren, waarbij de vuursteen langs de batterij op de pandeksel schraapt, waardoor vonken ontstaan. Tegelijk dat de vuursteen langs de batterij slaat klapt zo de pandeksel open, zodat de vonken in de pan terechtkomen en het daar aanwezige kruit doen ontbranden. De vlam die hierbij ontstaat slaat door het zundgat in de loop, waar de lading en de kogel zich bevinden. (Klik hier voor een demonstratiefilmpje)
Officiers-pistolen


Een officier in dienst van de Bataafse Marine droeg in tegenstelling tot de mariniers een sabel en een koppel pistolen. Een koppel (dat wil zeggen twee) pistolen werden soms verschaft door de admiraliteit. Bijzondere officieren konden hun pistolen zelf laten vervaardigen bij wapensmeden.
Een pistool kon in de strijd één maal gebruikt worden. Het pistool links, dient niet alleen als vuurwapen maar ook om mee te slaan. Het laden van het pistool duurde veel te lang waardoor men na één schot het pistool óf weg moest gooien óf de loop vast moest pakken om vervolgens zijn tegenstander neer te slaan. De kolf kon weleens hard aankomen
op het hoofd van de tegenstander.
Het mortierpistool
 
Of er op de Delft mortierpistolen gebruik werden weten we niet. Wat we wel weten is dat deze jongens bestonden.
Een exemplaar uit de Bataafse periode kun je vinden in het Legermuseum te Delft. De Equipage maakt geen gebruik van dit wapentype.
De mortier is de simpelste vuurmond die we kennen, en is waarschijnlijk kort na de uitvinding van het buskruit ontstaan. De naam is afgeleid van het gelijknamige keukenwerktuig (ook wel vijzel genoemd) waarmee ook dit mortierpistool gelijkenis vertoont.
Het mortierpistool is met name geschikt om op korte afstand tegen een vijandelijke bemanning te worden gebruikt. Het is daarom een doeltreffend middel om granaten van het ene schip (bij voorkeur vanuit de marsen van een mast) naar
het andere schip te schieten. De granaat rolt vervolgens op het dek van de vijand
waarna het ontploft tussen de bemanningsleden. Een fatale afloop is het gevolg.
Mortierpistolen kennen alleen de slechte eigenschap dat, stel dat het het afvuren niet
lukt maar de lont is al wel aangestoken... ach u raad het al... |